Covid19 plaatst gezondheidszorg plots hoog op de agenda

Door Kathleen Depoorter, Frieda Gijbels, Yoleen Van Camp, Darya Safai op 5 juni 2020, over deze onderwerpen: Gezondheidszorg, Confederalisme, Coronacrisis
N-VA-leden commissie gezondheidszorg

Voor de N-VA is er maar één bekommernis en dat is dat de gemeenschapsmiddelen die naar de gezondheidszorg gaan ook zoveel mogelijk effectief bijdragen aan de excellentie van de zorg.

Onze artsen en andere zorgverstrekkers behoren alvast tot de top met betrekking tot hun kennis en kunde. De covidcrisis heeft dat nog een keer heel duidelijk aangetoond. Door de inventiviteit en flexibiliteit van de artsen, verpleegkundigen en ziekenhuisdirecties hebben we onze covidpatiënten goed kunnen triëren, opvangen en verzorgen. Veel meer ondanks dan dankzij de daadkracht van de federale overheid.

Pijnlijke versnippering

De versnippering van de zorg is echter even pijnlijk duidelijk geworden. Doordat woonzorgcentra en ziekenhuizen op een verschillend niveau zijn georganiseerd, was het bijvoorbeeld niet evident dat zorgpersoneel werd uitgewisseld of dat er werd bijgesprongen waar er nood was. Het gebrek aan een federale noodvoorraad aan persoonlijk beschermingsmateriaal was uiteraard ook een flater die niet voor herhaling vatbaar is.

Voor de N-VA-parlementsleden is het duidelijk: de hele zorg moet naar het regionale niveau, met één Vlaamse minister van Volksgezondheid én met de bijhorende financiering. Het gaat immers niet op dat elke regio zelf beslist in hoeverre er wordt ingezet op preventie, maar dat het hele land voor die keuze betaalt. Zo is het bijvoorbeeld genoegzaam bekend dat er in het noorden en het zuiden van het land andere accenten worden gelegd en dat mag ook, zolang ieder bereid is zelf voor de gevolgen op te draaien. Hetzelfde geldt voor de ministers die verantwoordelijk zijn voor Gezondheid. Vlaanderen heeft er één, het zuiden van het land heeft er zeven. Dat mag een keuze zijn, zolang je ook de inefficiëntie en de bijhorende kost voor je eigen rekening wil nemen.

Volledige regionalisering

Bij een volledige regionalisering van de zorg kunnen de verschillende structuren van woonzorgcentra, eerstelijnszorg en ziekenhuisnetwerken bovendien optimaal op elkaar worden afgestemd en kunnen samenwerkingsverbanden niet alleen leiden tot betere zorg, maar allicht ook tot efficiëntiewinsten.

De verschillende visies van Wallonië en Vlaanderen met betrekking tot digitalisering van de zorg, zorgden ook voor een rem op verdere ontwikkelingen. Ook hier toont de covidcrisis dat zorg op afstand een goede aanvulling kan zijn op de klassieke praktijkvoering, maar ook de evolutie naar een papierloze dokterspraktijk is nu in een stroomversnelling gekomen. Verschillende gezondheidsapps tonen ook hun meerwaarde in het opvolgen van patiënten na ontslag uit het ziekenhuis. Hopelijk kunnen deze evoluties ook na de covidcrisis worden verdergezet in het (Vlaamse) zorglandschap. Digitialisering laat ook toe dat ziekenfondsen zich optimaal kunnen inzetten als bemiddelaar tussen arts, patiënt en overheid, aangezien de uitbetaling in principe rechtstreeks door de overheid zou kunnen gebeuren, zonder tussenstop via het ziekenfonds.

Efficiënte gezondheidszorg

Een optimale organisatie en efficiëntie van de gezondheidszorg zal in de toekomst steeds belangrijker worden, naarmate mensen ouder worden én naarmate onderzoek en ontwikkeling ervoor zorgen dat er steeds meer mogelijk is. Nieuwe medicatie en technologieën zorgen niet alleen voor een langer en gezonder leven, maar ook voor een hogere kost.

De N-VA-parlementsleden pleiten dan ook zeker niet voor een besparing in de gezondheidszorg, maar wel voor een optimale besteding van de middelen. Een regionalisering van de zorg past dan ook in dit kader. Het is geen doel op zich, maar het is wel een middel om elke regio verantwoordelijk te maken voor haar beleidskeuzes en om meer geld in de zorg zelf te steken, zodat we elke Vlaming ook excellente zorg kunnen blijven aanbieden.

Tot enkele maanden geleden beweerden verschillende politieke partijen dat het institutionele nu niet aan de orde was. De covidcrisis heeft helaas op een pijnlijke manier duidelijk gemaakt hoe een inefficiënte overheid, met een versnippering van de gezondheidszorg, het verschil kan maken tussen leven en dood voor onze meest kwetsbare patiënten.
 

Kathleen Depoorter, apotheker

Frieda Gijbels, doctor in de medische wetenschappen en tandarts-parodontoloog

Yoleen Van Camp, doctor in de medische wetenschappen en master in de verpleegkunde

Darya Safai, tandarts  

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is